Arboretum Oostereng

Bomentuin


Klik hier voor de volledige Soortenlijst



Visie

Handhaven en herstellen van het groen erfgoed en het karakter van het arboretum en de lanen. Het terrein heeft opnieuw een leerfunctie waar studenten oefenen in bos- en parkbeheer, en vrijwilligers en bezoekers leren over en genieten van natuur en bos.

Het terrein vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde, een hoge natuurwaarde en een hoge biodiversiteit. Het karakter van het landgoedbos kan goed samengaan met het behoud van een hoge biodiversiteit en een productiefunctie.

In het arboretum kunnen bijzondere boomsoorten worden getoetst op hun geschiktheid voor Nederlandse bossen en parken. De soorten worden getoond in hun natuurlijke groeivorm. De lanen zijn hersteld door aanplant van nieuwe bomen op de opengevallen plaatsen en verwijdering van boomopslag.

Termijnvisie, waar zijn we eind 2018

De renovatie van het arboretum is gestart in 2011 en zal naar verwachting worden afgerond in 2018. Na 2018 zal de nadruk van de werkzaamheden in het arboretum meer komen te liggen op onderhoud en beheer van het terrein.


Langs het pad zijn nog twee rustbanken geplaatst, één op het nieuwe pad bij de zichtlijn op de esdoorn op het heuveltje, en één bij de reuzenxylofoon met zicht over de middenas. Het bijenhotel is verbeterd, d.w.z. er zijn meer gaten aangebracht, die nestfaciliteiten bieden aan de bijen. Ook zijn gewassen geplant/ingezaaid, die wilde bijensoorten aantrekken, zoals klaver. Op een aantal plaatsen in het gebied zijn nieuwe bomen, struiken en bodembedekkers geplant om de soortenrijkdom te herstellen.

Bij de ingang van het arboretum staat een groot informatiebord. Bij alle belangrijke bomen zijn informatiebordjes geplaatst met de naam (Nederlands/wetenschappelijke naam) en de ouderdom van de boom. Ook zijn er educatieve bordjes geplaatst over verschillende onderwerpen, zoals de specifieke en/of grote bomen, dieren in het bos, functie dood hout, paddenstoelen, het landhuis etc. Het terrein rond het clubhuis wordt definitief ingericht met een beperkte parkeermogelijkheden.

Het arboretum als geheel heeft een wilde uitstraling, waarbij wel is voorkomen dat bepaalde gebieden worden herkend als stortplaats voor takken etc. Daarom wordt het takkenmateriaal verzameld op rillen volgens een soort vlekkenplan. De meeste hardnekkige bramenvelden zijn verwijderd.

Het informatie- en voorlichtingsmateriaal is up to date. Er is een professionele website, waarop alle informatie relevante informatie van het arboretum is geplaatst. Er worden regelmatig rondleidingen/excursies georganiseerd (met inhuur van experts) op het gebied van bomen en hout, paddenstoelen, vogels, dieren in het bos en houtbewerking. Er is een speurtocht uitgezet voor (school)jeugd en er zijn materialen voor de jeugd beschikbaar om op onderzoek uit te gaan.

Ook de voorzieningen voor de vrijwilligers zijn verbeterd, bijvoorbeeld zijn er buiten een tafel en zitplaatsen geplaatst nabij het huisje. We kunnen bij goed weer buiten koffie drinken, lunchen en overleggen.

Collecties en meer

Behalve plantencollecties is er meer in het arboretum.
Zo is er de Verborgen Tuin, bereikbaar via een tunnel. Verder vindt u langs het bomenpad een blotevoetenpad, een gemetselde bank in Jugendstil, een lariksbank van eigen hout, een bijenhotel en een reuzenxylofoon. En natuurlijk is er het kleine Boshuis (Knabbel- en Babbelhuisje).
In het rustgebied voor dieren is een open zandige plek: een eldorado voor zandhagedissen. De bank is gemetseld door onze vrijwilligers met als voorbeeld de gemetselde bank in Pinetum Schovenhorst. De stenen zijn overblijfselen van de villa en het tuinmanshuis, die verspreid in de grond nog waren te vinden, aangevuld met gelijkvormige oude stenen die we hebben aangekocht. Zo is er nog een link naar de vroegere bebouwing. Ook de houten bank is door de vrijwilligers gemaakt.

De collecties
Er zijn bijzondere bomen- en struikensoorten en andere planten uit vele gebieden. De stichters van het arboretum Dhr. en Mevr. Insinger-Everwijn verzamelden samen met dendroloog en landschapsarchitect Leonard Springer bijzondere soorten uit alle werelddelen. In de tijd van Springer waren de meeste van de tegenwoordig toegepaste soorten toen al verkrijgbaar. Vaak wel als zeldzame soorten die door bijzondere boomkwekerijen en liefhebbers werden gekweekt. De twee arboretumvakken uit de periode 1911-1930 kunnen als Springertuinen worden aangemerkt. Meestal werd gekozen voor de soorten in hun natuurlijke vorm, dus geen dwerg- of treurvormen en bontbladigen. Enkele roodbladige bomen zijn wel aanwezig. In die trant zijn we verder gegaan.

Om het arboretum te kunnen onderscheiden van andere arboreta, is gekozen voor diepte-verzamelingen. Dit zijn de stinzenplanten, soorten uit de Storax familie (Styracaceae), zilversparsoorten (Abies species), hostas en geurende planten.

Stinzenplanten zijn planten die zich van nature kunnen handhaven en uitbreiden in een bossituatie. Ze zijn aangeplant en verwilderd tijdens de landschapsperiode. In Oostereng waren in 2011 de volgende stinzensoorten aanwezig. Deze zijn waar nodig vermeerderd en aangevuld:

-lelietje van dalen (massaal)
-gewoon sneeuwklokje (talrijk)
-bosklaverzuring (talrijk)
-narcissen in diverse varieteiten (talrijk)
-grootkronige crocus (talrijk)
-kleine maagdenpalm (talrijk)
-gele dovenetel, gevlekte vorm (talrijk)
-dichtersnarcis (2 pollen)
-boshyacint (vrij algemeen)
-witte druifjes (vrij algemeen)
-hemelsleutel (vrij algemeen)
-Spaanse hyacint (enkele pollen)
-paarse dovenetel (1 pol in de berm van de Keijenbergseweg)
-salomonszegel (2 planten)
-gevuld sneeuwklokje (1 pol)
-judaspenning (weinig)
-bosbies (1 pol)
-bosanemoon (1 kleine populatie in het beukenbos ten noorden)
Na 2011 zijn toegevoegd:
-Italiaanse aronskelk
-breedbladig sneeuwklokje
-geurende narcis (Narcissus odorus)
-boerencrocus
-donkere ooievaarsbek
-Geranium macrorrhizum
-longkruid
-blauwe druifjes
-grote maagdenpalm
-lievevrouwebedstro

Collectie geurende planten
Er is bijzondere aandacht voor bomen, struiken en vaste planten met geurende bloemen of bladeren. Enkele geurende soorten die al aanwezig waren, zijn de zilverspar-soorten met hun geurende naalden, de brem (natuurlijke bezaaiing, niet geplant), meidoorn, gele azalea, laurierkers, appel, vogelkers, berberis, Thuja, Chamaecyparis, balsempopulier, Robinia, vlieren, lijsterbes, lindes
De volgende geurende soorten zijn aangeplant:
Viburnum in soorten, azalea, rozemarijn, citroenmelisse, geel duizendblad, Clethra in soorten, olijfwilg, liguster, seringen in soorten, boerenjasmijn, gele ribes, Lindera, geur-kamperfoelie, gewone kamperfoelie, Magnolia salicifolia, de schijnbeuk Nothofagus antarctica, eglantier rozen, geurende klimrozen, honingboom, lindes in soorten

collectie Storax familie (Styracaceae)
Storaxbomen (Styrax) in 9 soorten
Vleugelstorax (Pterostyrax) in 3 soorten
Sneeuwklokjesbomen (Halesia) in 3 soorten plus 2 varieteiten

collectie Zilverspar-soorten (Abies)
Uit begin 20e eeuw zijn van de volgende soorten grote bomen aanwezig:
Abies grandis, Abies nordmanniana, Abies concolor, Abies procera, Abies x insignis. Vanaf 2012 zijn veel andere soorten toegevoegd.

beheer

Vrijwilligers, georganiseerd in de Stichting Arboretum Oostereng, zorgen voor de renovatie en het beheer.
De oude bomentuin Arboretum Oostereng was tientallen jaren niet beheerd en grotendeels overwoekerd door braamstruiken, brandnetels esdoorns, Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eiken. Sinds 2011 wordt het gerenoveerd en is het weer toegankelijk gemaakt via een 1,3 km lang slingerend bomenpad langs oude en bijzondere bomen.
We beheren het terrein naar ideeën van de vroegere eigenaren en beheerders. Er zijn vele invloeden: strakke 19e eeuwse lanen, delen van de halfronde oprijlaan, twee Springer-verzamelingen, landschapsstijl, aanplantingen door Staatsbosbeheer en door studenten van de Landbouwhogeschool (nu Wageningen Universiteit). Het grote verschil met de beginperiode is de huidige openstelling voor publiek.

Grote delen werden vanaf 1952 niet meer onderhouden. In 1960 werd zelfs een deel van het park ingericht als onderzoeksterrein met kantoren en laboratoria, en werden bomen gekapt. Alle gebouwen, inclusief de resten van de villa zijn volledig verwijderd.

Tekeningen en beheerplannen zijn tijdens WO2 verloren gegaan. Wat rest is een schets van Springer, enkele oude foto’s, jaarverslagen van Staatsbosbeheer, oude gebiedskaarten en een bomeninventarisatie uit 1952.

We houden invloeden uit alle periode zichtbaar. Daarbij horen elementen uit de landschapsstijl: slingerende paden, onverwachte doorkijkjes, zichtlijnen en veel variatie tussen open en gesloten.

In 2012 zijn we begonnen met het vrijstellen van de nog aanwezige bijzondere bomen. Dode bomen zijn veelal niet verwijderd, ze zijn belangrijk voor vogels, insecten, paddenstoelen, etc. Opslag van ongewenste soorten wordt verwijderd. Ieder jaar planten we weer nieuwe soorten aan.
Er is een tijdelijke kwekerij aangelegd.

bijzonder

Het arboretum is bijzonder vanwege de combinatie van natuur en cultuurhistorie. Het is geen aangeharkt en netjes gemaaid park, maar een ecologisch park. De natuur kan op vele plaatsen zijn gang gaan. We streven naar het midden tussen oerwoud en park, met een rustgebied voor dieren, maar er is ook een verborgen tuin en een bijzondere verzameling bomen, struiken en stinzenplanten. Het is ook het leefgebied van bijzondere en zeldzame diersoorten, zoals zwarte specht, groene specht, kleine bonte specht, boommarter, das, bosuil, ringslang en zandhagedis. Er is veel dood hout en een zeer rijke paddenstoelenflora.
Het Arboretum wordt gerenoveerd door een vrijwilligersgroep met specialistische kennis en is te bezichtigen via het Bomenpad, een kronkelpaadje door het gebied.

geschiedenis

Het gebied waar nu Oostereng ligt, staat op de kaart van Thomas Witteroos uit 1570 vermeld als De Moft. De Moft was een oud bosgebied van ongeveer 2000 hectare tussen Het Renkums Beekdal, Wageningen, Bennekom, Ede en Ginckel. Op de plaats waar nu het arboretum ligt staat geschreven “die hegge an t boomken” (oostelijk van “De Leemkuijl”). Een hegge is een perceel eikenhakhout. Op de kaart van het Moftbos uit 1680 (in P. Jansen, 2012, p. 209) staan boompjes ingetekend, maar het is niet duidelijk of het werkelijk bos was of deels heide.

De topografische kaart van De Man (1802-1812) laat zien dat het gebied van Oostereng voornamelijk uit heide bestond. Omstreeks 1833 heet het huidige Oostereng “Boompjes-Heide”. Tussen 1823 en 1828 is het terrein met dennen beplant door de Domeinen van de Staat. Door rupsenplagen in deze monocultures dennen moesten de meeste dennenbossen na 1846 gekapt worden. Ter plaatse van Oostereng bleven de dennenbossen nog wel behouden. In 1847 of 1848 werd 280 hectare verkocht aan de heren C. Dros en A. Tieleman, die in 1854 een boerderij bouwden op de plek van de latere villa. De naam Oostereng verschijnt voor het eerst. In 1870 werd de boerderij verbouwd tot een herenhuis. Zij verkochten hun bezit van 305 hectare in 1873. In de beschrijving staat het grondgebruik vermeld: “….moestuin, kersen- en appelboomgaarden, bosschen van lanen van eiken, beuken, … Bosschen en lanen van eiken, beuken, larix, berken en dennen, hakhout, bouw en enig weiland, oude boschgronden, meerendeels gespit en geploegd”.

De familie Quarles van Ufford had het landgoed in bezit van 1873 tot 1898. Zij teelden behalve kersen en appels ook allerlei soorten bessen. Enkele zwarte bessen (waarschijnlijk nakomelingen van de bessenkwekerijen) zijn nog te vinden langs de westelijke grens van het landgoed. Amerikaanse blauwe bessen zijn niet in de verslagen of rekeningen genoemd, maar groeien nu nog in bosvak 12. W. Insinger kocht Oostereng in 1898 en liet in 1911 een villa bouwen.

Op de kaart van Hemmo Bos uit 1890 en op de topografische kaart van 1906 staat de indeling van landgoed Oostereng met de halfronde oprijlaan voor het huis langs en de plaats van de boomgaarden. Door bemesting van de boomgaarden en tuinen zijn de gronden voedselrijk geworden, het effect hiervan is nog steeds te merken. Ook Staatsbosbeheer bemestte de gronden voor aanplant vaak met kalkmergel en thomas-slakkenmeel.

In 1911 ontwierp Leonard Springer het park, een bloementuin ten oosten van het landhuis en twee percelen als arboretum, en ook verlegde hij de oprijlaan tot achter het huis langs. Springer was behalve een beroemd tuinarchitect, ook dendroloog en hij kocht bijzondere boomsoorten voor Oostereng, in 1915 o.a. een roodbladige berk, een wilgbladige eik en een Betula Bhojpatra (huidige naam Betula utilis); deze bomen zijn er niet meer. Springer verzamelde bomen en hield toezicht op Oostereng tot 1932.

Springer beproefde op Oostereng een aantal toen weinig bekende bosboomsoorten als edele zilverspar, hemlock, Thuja (en Chamaecyparis) en schreef over de eerste 3 in het Nederlands Bosbouwtijdschrift van 1936 en 1940. Een aantal van deze inmiddels bijna 100 jaar oude bomen zijn nog terug te vinden in de twee arboretumpercelen en in het bos ten noorden daarvan.

Op 14 Oktober 1941 werd het landgoed Oostereng door de Staat der Nederlanden aangekocht van de erven de Weduwe Mevrouw C.A.S. Insinger-Everwijn Lange. Hierdoor kwam het landgoed in het bezit van het Staatsbosbeheer en werd de Boswachterij Oostereng ingesteld. De bossen kregen o.a. als doel om tot proefbos te dienen voor de bosbouwopleiding van de Landbouwhogeschool. Een Duitse Oberforstmeister (toen hoofd van de Nederlandse bosbouw) bestemde Oostereng tot “leerbosch”. De aangekochte oppervlakte bedraagt 196,9 hectare (1). Het arboretum hoorde daar bij, maar wordt in het jaarverslag van 1941 niet apart genoemd.

Voor de oprijlanen naar de villa werd in 1942 en in 1943 35m3 grind gedolven (in vak 2g). Het gras- en boompark voor de villa, alsmede de oprijlanen met de aangrenzende strook werden in 1942 geheel bladvrij gemaakt; van 3 seizoenen lag hier bladafval (2,3).

In het arboretum bij de villa werden in 1943 de volgende bomen geplant (her alleen de nu nog aanwezige:
4 Picea orientalis (nog 1 aanwezig)
1 Betula maximowicziana (nog aanwezig)
1 Cedrus libani (mogelijk de aanwezige Cedrus atlantica)
In het boompark 3 exemplaren van Ginkgo biloba (3).
In 1943 zorgde de Landbouwhogeschool voor “verzorging en aanvulling van het arboretum en aanwijzen van dunningen” tegen een vergoeding van f. 85,36 (3).

Het jaarverslag van 1944 meldt: “Rond de villa werden loopgraven en kleine stellingen aangelegd. De boomen aan de West en Noordzijde van de villa werden beschadigd door het zeer onoordeelkundig aanbrengen van een zevenvoudige prikkeldraadversperring”. Op 17 September kwam de boschwachterij plotseling aan het oorlogsfront te liggen, zoodat vanaf deze datum niet meer gewerkt werd. Dit verslag is onvolledig, daar ten gevolge van den oorlog de meeste gegevens verloren gingen” (4).
Uit het jaarverslag van 1945: “Uitgaven: Afbreken van tijdens den oorlog aangebrachte afrasteringen en versperringen rond de villa, aanbrengen van nieuwe afrasteringen rond arboretum f.819,-. Opruimen van oorlogstuig, slechten van stellingen, dichten van dekkingsgaten f.1240,-. Afbraak westelijke muur van de villa met bikken van de steenen f.1140,60. Opbrengsten: Verbrand ijzer verwoeste woningen f.30,-. Afbraak schuurtje tuin villa f.25,- (5).
In 1946 plantte Staatsbosbeheer de volgende bomen in het arboretum (hier alleen de nu nog aanwezige bomen):
1 Chamaecyparis pisifera
1 Cryptomeria japonica
2 Abies grandis
2 Thuja plicata
2 Chamaecyparis obtusa
1 Pinus strobus (dit is de nog aanwezige Pinus peuce)
30 Amelanchier canadensis (nog enkele aanwezig?)
“Voor de afbraak van de villa en de boswachterswoning met transport van het vrijkomende puin werd f.5172,49 uitgegeven”. De reparatie van het dak van het transformatiehuisje (nu boshuis met transformatordeel) kostte f.10,28. “Afwerken van het slechten van stellingen en dichten van dekkingsgaten f.743,-“ (6).
In 1947: “Uitgaven. Dichten van de laatste stellingen en bomtrechters, verzamelen en afvoeren van de resten oorlogsmateriaal f.286,73. Plaatsen van nieuwe rasterpalen rond de kwekerij en het arboretum, reparatie van oud gaas en het aanbrengen van nieuw gaas f. 101,14. Opbrengsten. Oud ijzer, kassen voormalige villatuin f.25,-” (7).
In 1948: “Onderhoud rasterpalen rond kwekerij en arboretum, reparatie van oud gaas en aanbrengen van nieuw gaas f.87,13.”(8).
in 1949: “In de vroegere moestuin, No.6 ged. ter grootte van 0.40 ha werden de door oorlogshandelingen verwoeste glazen broeikassen en broeibakken, alsmede de stenen muur afgebroken en afgevoerd. De zware coniferenhaag werd gerooid, .. In de afd. 5 ……werden ….. enige bessenstruiken en oude fruitbomen gerooid”. Er zijn 2 stormen gemeld waardoor er veel stormhout werd geruimd. Veel geveld hout ging naar de “villaplaats”. (9).
In de jaarverslagen van 1950 t/m 1955 wordt het arboretum niet genoemd.
(1) Boschwachterij “Oostereng”. Jaarverslag 1941. 28-03-1942. C.J. Six Dijkstra.
(2) Boschwachterij “Oostereng”. Jaarverslag 1942.
(3) Boschwachterij “Oostereng”. Jaarverslag 1943.
(4) Boschwachterij “Oostereng”. Jaarverslag 1944. C.J. Six Dijkstra.
(5) Boschwachterij “Oostereng”. Jaarverslag 1945. 24 juni 1946. C.J. Six Dijkstra.
(6) Boschwachterij “Oostereng”. Jaarverslag 1946. 29 mei 1947. C.J. Six Dijkstra.
(7) Boschwachterij “Oostereng”. Jaarverslag 1947.
(8) Boschwachterij “Oostereng”. Jaarverslag 1948.
(9) Boschwachterij “Oostereng”. Jaarverslag 1949.

In februari 1952 verscheen de “Lijst van houtsoorten in het Arboretum van “Oostereng”. De brief uit 22-09-1952 van Prof. Dr. G. Houtzagers, afd. Houtteelt van de Landbouwhogeschool aan Six Dijkstra, Bosbouwkundig Ambtenaar, Oostereng, Bennekom, vermeldt een zomercontrole van het arboretum en de wijziging van 3 namen van bomen uit de lijst.
Prof. G. Houtzagers was hoogleraar houtteelt van 1947 tot 1957 en betrokken bij het bosbeheer en –onderzoek van het leerbos Oostereng.
In deze lijst worden de volgende bijzondere soorten gemeld, die nu nog aanwezig zijn, vlak bij elkaar aan de rand van het “boompark”, naast het vak met de grote Amerikaanse eiken. Deze zijn niet vermeld als aangeplant in de jaarverslagen van Staatsbosbeheer, dus zijn waarschijnlijk geplant in de periode van Springer, omstreeks 1930.
Cladastris lutea (=Cladastris kentukea)
Quercus prinus (=Quercus bicolor)
Corylus colurna
Abies insignis
Betula lenta (gestorven in 2014)